Vruchtbaarheidsproblemen man



Vruchtbaarheidsproblemen man

Bij ongeveer 30% van de stellen waarbij het zwanger worden niet wil lukken, ligt de oorzaak bij de man. Het komt bijna nooit voor dat er sprake is van algehele onvruchtbaarheid (infertiliteit), maar wel van verminderde vruchtbaarheid (subfertiliteit).

Een onderzoek kan vaststellen of de man verminderd vruchtbaar is.

Na de zaadlozing

Na de zaadlozing leggen de zaadcellen een weg van 12 tot 17 centimeter af. Bij een gemiddelde zaadlozing wordt er ongeveer twee tot zes milliliter sperma
geproduceerd. Elke milliliter sperma bevat ongeveer 50 tot 150 miljoen spermacellen. Bij een zaadlozing komt de sperma met ongeveer 16 kilometer per uur uit de penis. De snelste spermacel bereikt na ongeveer 45 minuten de eicel, de traagste na ongeveer 12 uur. Sommige sterven onderweg, verdwalen of verdwijnen weer uit de vagina. Slechts enkele honderden zaadcellen bereiken de eileiders.

Het transport van de zaadcellen wordt vergemakkelijkt door het baarmoederhalsslijm (cervixslijm) dat in de meest vruchtbare periode van de maand erg spermavriendelijk is. In dit baarmoederhalsslijm worden de zaadcellen biochemisch veranderd, een verandering die noodzakelijk is om de eicel te kunnen bevruchten.

Ongeveer 200 spermacellen bereiken de eicel. Maar de spermacel die als eerst aankomt heeft nog niet gewonnen. De eicel is omgeven door steuncellen. Met behulp van de staart moet de spermacel zich hier doorheen boren. Wanneer dit de spermacel lukt moet hij door de buitenste wand van de eicel. Vervolgens komt hij bij de schil rondom de eicel. Meerdere spermacellen kunnen zich door deze wand boren, maar er is er meestal maar één die de celkern van de eicel bereikt. Wanneer dit lukt versmelten de mannelijke en vrouwelijke kern en ontstaat de zygote. Hieruit ontwikkelt zich het embryo.

Wat kan er misgaan

Er kunnen tijdens bovenstaand proces verschillende dingen misgaan of mis zijn. Zo wordt verminderde vruchtbaarheid vaak veroorzaakt doordat de beweeglijkheid en de vorm van de zaadcellen niet optimaal is. Dit komt vaak door een storing in de spermaproductie. De oorzaak kan niet altijd worden
achterhaald.

Verminderde vruchtbaarheid kan ook liggen aan de hoeveelheid goede zaadcellen. Mogelijke oorzaken voor een kwaliteits- of – kwantiteitsprobleem kunnen bijvoorbeeld ontstekingen in de zaad- of de bijballen zijn (bijvoorbeeld wanneer hij vroeger de bof heeft gehad), een operatie omdat de teelballen niet volledig waren ingedaald of chemotherapie.

Ook kan het voorkomen dat het zaad er ‘goed’ uitziet, maar dat hij geen bevruchtend vermogen heeft. Ook kan het sperma zijn bewegend vermogen verliezen doordat er antistoffen op de spermacellen zitten of de erfelijkheid speelt een rol.

Wat kan nog meer invloed hebben op de kwaliteit van de zaadcellen?

  • Roken
  • Drugs
  • Stress
  • Slechte voeding
  • Te vaak klaarkomen (meerdere keren per dag)
  • Werken met chemische stoffen
  • Te hoge temperatuur in de zaadcellen
  • Alcohol

Vruchtbaarheidsonderzoek bij de man begint met de volgende
onderzoeken:

  • lichamelijk onderzoek: hierbij wordt er gekeken naar afwijkingen van de geslachtsorganen, beharing en littekens.
  • zaadonderzoek: Hier wordt het zaad onderzocht op aantal spermacellen, beweeglijkheid en vorm. Dit onderzoek gebeurt in het laboratorium. Het zaad wordt verkegen door masturbatie en opgevangen in een potje. Dat gebeurt meestal thuis.

MAR-test of IBT-test: hierbij wordt er onderzocht of er in de zaadlozing antistoffen tegen zaadcellen
zitten. (Bron: UMC)

De behandeling is afhankelijk van de oorzaak van je vruchtbaarheidsprobleem.

Mogelijke behandelingen zijn: 

  • een operatie, bijvoorbeeld bij spataderkluwen in de balzak.
  • behandeling met hormonen
  • Intra Uterine Inseminatie (IUI): in het laboratorium wordt het zaad bewerkt. Daarbij worden er zoveel mogelijk beweeglijke zaadcellen verzameld. Vlak voor de verwachte eisprong worden de zaadcellen met een spuitje via de vagina in de baarmoeder gespoten.
  • In Vitro Fertilisatie (IVF): in het laboratorium worden de zaadcellen en een eicel bij elkaar gebracht. Als een bevruchting plaatsvindt, wordt een embryo via de vagina terug in de baarmoeder geplaatst.
  • IntraCytoplasmatiche Sperma Injectie (ICSI): onder de microscoop wordt een zaadcel rechtstreeks in de eicel gespoten. Als een bevruchting plaatsvindt, wordt een embryo via de vagina terug in de baarmoeder geplaatst.
  • Kunstmatige Inseminatie via een Donor (KID): met een spuitje wordt zaad van een donor in de baarmoeder geplaatst.

    Bron: UMC

Praat mee over de ICSI behandeling op ons forum:


Geef een reactie


Deel dit artikel

Lees ook
1 reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

2 × 5 =