




Een mola-zwangerschap, ook wel druiventroszwangerschap
genoemd, is een vrij zeldzame aandoening die ontstaat door een fout tijdens de
bevruchting. Nadat een zaadcel een eicel heeft bevrucht,
deelt de bervuchte eicel zich. De twee cellen die zo ontstaan delen zich zelf
ook weer. Zo gaat het proces door en komen er steeds meer nieuwe cellen.
Bij een normale zwangerschap ontstaan uit deze cellen een embryo (een vruchtje,
een toekomstige baby) en een placenta (de moederkoek). Wanneer er bij of kort
na de bevruchting iets misgaat kan het gebeuren dat alleen de placenta
doorgroeit. In dat geval is er sprake van een mola-zwangerschap.
Oorzaken
De oorzaak van een mola-zwangerschap is niet bekend. Het is dan ook niet te
voorspellen welke vrouw dit zal overkomen. Wel is bekend dat vrouwen afkomstig
uit Zuid-Oost-Azië meer
kans op mola lopen. Ook speelt de leeftijd van de vrouw een rol. Zo hebben
vrouwen onder de 15 en boven de 40 meer kans op een mola.
Klachten
Een mola-zwangerschap wordt vastgesteld tijdens de echo. In plaats van een
vruchtzakje met een embryo en een kloppend hartje, worden veel kleine blaasjes
gezien die de baarmoederholte opvullen.
Klachten
Er zijn vaak geen bijzondere klachten. Gewone zwangerschapskwaaltjes zoals
vermoeidheid en misselijkheid zijn er vaak wel. Pas wanneer de zwangerschap gevorderd is, is er sprake
van een verhoogde kans op vaginaal bloedverlies. Vaak wordt er vanwege dit
bloedverlies een echoscopisch onderzoek gedaan waarbij de mola wordt ontdekt.
Behandeling
Bij een mola-zwangerschap wordt altijd een curettage geadviseerd. Dit is een ingreep via de schede waarbij het mola-weefsel met een dun
slangetje (vacuümcurette) uit de baarmoederholte wordt weggezogen. De
gynaecoloog probeert zoveel mogelijk mola-blaasjes te verwijderen. Plaatselijke
verdoving wordt bij deze ingreep afgeraden; narcose is beter. Soms gaat de
curettage gepaard met veel bloedverlies. Een bloedtransfusie tijdens of na de
ingreep kan dan nodig zijn.
Na de curettage kun je nog een paar weken wat bloederige of bruinige afscheiding hebben. In aansluiting op de curettage bespreekt de gynaecoloog met je de anticonceptie. Het is wenselijk een tijd te wachten met opnieuw proberen zwanger te worden. Vaak wordt de pil geadviseerd. Een spiraaltje wordt afgeraden in verband met de kans op bloedingen.
(Bron: NVOG)