




Tijdens de zwangerschap houd je onder invloed van hormonen meer vocht vast dan normaal. Vochtophopingen in je pols kunnen leiden tot het carpaal-tunnelsyndroom. Hierbij zit de middelste zenuw in je pols knel. Hierdoor krijg je tintelingen, een dof gevoel in je vingers, gevoelloosheid en krachtverlies in je hand. De pijn kan uitstralen naar je arm en schouder.
’s Nachts nemen de pijnklachten vaak toe, waardoor je er wakker van kan worden. Maar ook overdag kun je een hinderlijk gevoel in je vingers ervaren. Soms worden de klachten erger als de betreffende hand veel wordt gebruikt, zoals bij het autorijden, fietsen of lezen.
Maatregelen
Bij milde klachten kun je ’s nachts een spalkje om je pols doen. Deze spalk zorgt voor rust en houdt de pols in een zodanige positie dat de druk op de zenuw het minst is. Uiteraard kun je deze spalk ook overdag dragen, maar dan kun je je hand niet gebruiken.
Als de klachten ernstiger zijn, dan kan gekozen worden voor een injectie in de pols met een pijnstillend en ontstekingsremmend medicijn, een behandeling met ontstekingsremmende tabletten of een behandeling waarbij er rek op de beknelde zenuw wordt uitgeoefend.
Na de zwangerschap gaat het meestal vanzelf weer over. De zenuw kan zich dan weer herstellen, waardoor de verschijnselen verdwijnen.
Tips
Als je merkt dat je symptomen hebt van het carpaal-tunnelsyndroom, is het belangrijk dat de zenuw tot rust komt. Let daarom goed op het gebruik van je handen. Misschien kun je zo ontdekken welke bewegingen pijnklachten en prikkelingen veroorzaken. Probeer deze bewegingen de komende tijd zoveel mogelijk te vermijden.
Met name bewegingen waarbij je kracht met je handen moet zetten, terwijl je tegelijkertijd je vingers beweegt, zijn vaak niet goed voor mensen met het carpaal-tunnelsyndroom. Laat handelingen als wringen, aardappels schillen, lang rijden dan ook zoveel mogelijk aan andere mensen over.