




Wanneer je ouder dan 36 jaar bent is de kans op een kindje met een chromosoomafwijking (bijvoorbeeld het syndroom van Down) hoger dan wanneer je op eerdere leeftijd zwanger raakt.
Ondanks dat veel kinderen gezond op de wereld komen, biedt een vruchtwaterpunctie zekerheid. Door middel van een vruchtwaterpunctie kun je een chromosoomafwijking opsporen. Toch kan het onderzoek niet alle aandoeningen vaststellen.
Bij een vruchtwaterpunctie wordt er een dunne naald in de baarmoederwand gebracht. Vervolgens wordt er ongeveer 20% vruchtwater opgezogen. De punctie duurt ongeveer een paar minuten. Heel pijnlijk is het onderzoek niet. De kans op een miskraam bij een vruchtwaterpunctie is 0,5%.
Omdat er aan het begin van de zwangerschap te weinig vruchtwater in de baarmoeder aanwezig is, wordt de punctie ongeveer na de 16e week van de zwangerschap uitgevoerd.
Verhoogd risico
Niet alleen vrouwen boven de 36 jaar oud hebben een verhoogd risico op een kindje met een aandoening. Je loopt ook meer risico wanneer je al eerder een kindje hebt gekregen met een chromosoomafwijking, je zelf een aandoening hebt die zich eventueel zou kunnen herhalen of wanneer in je naaste familie iemand een chromosoomafwijking heeft. In al deze gevallen kom je in aanmerking voor een vruchtwaterpunctie.
De uitslag
De uitslag van een vruchtwaterpunctie is vaak na drie weken bekend. Wanneer er bij je ongeboren kindje een chromosoomafwijking is geconstateerd, is er een mogelijkheid om de zwangerschap af te breken. Dit gebeurt via een ‘echte’ bevalling.
Bij een slechte uitslag komen verschillende gevoelens naar boven. Het is daarom belangrijk dat jij en je partner goed praten. Praat ook met een deskundige over wat er komt kijken bij het opvoeden van een kindje met een aandoening. Maar het is vooral belangrijk om de tijd te nemen. Alleen jij en je partner kunnen beslissen om de zwangerschap wel of niet af te breken.