




Was het vroeger heel normaal om op je twintigste zwanger te worden, tegenwoordig besluiten veel vrouwen om eerste ‘carrière te maken’ voordat zij hun eerste kindje op de wereld zetten. Een prima keuze, maar met een risico. De kans op een kind met een chromosoomafwijking is boven je 36e verhoogd.
Raak je boven je 36e zwanger dan kom je in aanmerking voor een onderzoek, waarbij gekeken kan worden of jouw kindje een aandoening heeft.
Met een vlokkentest kan een eventuele chromosoomafwijking worden opgespoord. Een vlokkentest vindt in de elfde of twaalfde week van de zwangerschap plaats en kan op twee manieren worden uitgevoerd. Zo heb je een vaginale vlokkentest en een vlokkentest via de buikwand.
De vaginale vlokkentest
De vaginale vlokkentest duurt ongeveer 15 minuten. Via de baarmoedermond wordt er een dun buisje ingebracht tot aan de placenta. Vervolgens wordt er chorionvilli afgenomen. Dit zijn kleine uitstulpingen van de placenta. Door middel van een microscoop wordt er direct gekeken of er voldoende vlokken in het afgenomen weefsel aanwezig zijn om een afwijking te kunnen constateren.
Een vlokkentest kan niet worden uitgevoerd wanneer je van een meerling zwanger bent. Dit komt omdat de placenta’s te dicht bij elkaar zitten.
De vlokkentest via de buikwand
De vlokkentest kan ook worden uitgevoerd via de buikwand. Door middel van een echo wordt er gekeken op welke plaats de naald het best kan worden ingebracht. De naald wordt tot aan de placenta ingebracht. Vervolgens wordt er placentaweefsel afgenomen.
De uitslag
Na twee weken krijg je de uitslag van de vlokkentest.
De voor- en nadelen
Het voordeel van een vlokkentest is dat de test vroeg in de zwangerschap kan worden uitgevoerd. Als de uitslag niet goed is, kan de zwangerschap eventueel wordt afgebroken via een zuigcurettage. Bij een vruchtwaterpunctie kan de zwangerschap alleen via een ‘natuurlijke bevalling’ worden beëindigd, omdat dit onderzoek later in de zwangerschap plaatsvindt.
Het nadeel is dat er één procent kans is op een miskraam en dat de uitslag iets minder betrouwbaar is dan de uitslag van een vruchtwaterpunctie.