




Als ouder van een kind jonger dan acht jaar heb je wettelijk recht op ouderschapsverlof. Dat geldt voor iedereen en voor iedere functie. Voor ieder kind krijg je opnieuw ouderschapsverlof. Het is wel belangrijk dat je een jaar bij een werkgever werkt. Beide ouders hebben recht op ouderschapsverlof.
Heb je een adoptiekind, pleegkind of stiefkind? Dan is het ook mogelijk om ouderschapsverlof aan te vragen.
Vanaf 1 januari 2009 is duur van het ouderschapsverlof verlengd van 13 naar 26 maal je wekelijks arbeidsduur. Deze verlenging geldt alleen als u voor het desbetreffende kind vóór 1 januari 2009 nog niet eerder ouderschapsverlof hebt opgenomen. Heb je dit wel of gedeeltelijk gedaan, dan heb je slechts recht op 13 weken. Let op: Als je je ouderschapsverlof om een andere reden dan zwangerschap, bevalling of adoptie stopzet of onderbreekt, vervalt het recht op de rest van het verlof.
Je ouderschapsverlof vraag je uiterlijk twee maanden voordat je met verlof wilt aan bij je werkgever. Zij hebben hier meestal een officieel document voor.
Sommige werkgevers bieden een ouderschapsvergoeding. Ze betalen dus een gedeelte van je loon door tijdens je verlof. Dit is niet verplicht. Je p&o-afdeling kan je van informatie voorzien.
De overheid helpt ook een handje middels de ouderschapsverlofkorting. Via de overheid kan je een bedrag van 3,99 euro per verlofuur ontvangen.
Let op: Het opnemen van ouderschapsverlof kan ook gevolgen hebben voor de hoogte van de eventuele toeslagen die je van de Belastingdienst ontvangt. Hoeveel zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag en huurtoeslag je krijgt, is namelijk afhankelijk van de hoogte van je inkomen. Je geeft de verandering van je inkomen door aan de Belastingdienst.