




De voedingsbehoefte van een baby verandert na
zes maanden. De kleine is dan flink gegroeid en wordt steeds actiever.
In vervolg van de zuigelingenvoeding voor baby’s die in de eerste zes
levensmaanden geen borstvoeding krijgen, is er een voeding
ontwikkeld die speciaal aangepast is aan de behoeften van kinderen in de tweede
helft van hun eerste jaar. Deze voeding heet: opvolgmelk.
Geef je flesvoeding dan kun je vanaf zes maanden overgaan op opvolgmelk. Als je baby meer dan 700 ml drinkt dan is het verstandig om nog even door te gaan met zuigelingenvoeding, anders krijgt je baby een te hoge dosis vitaminen en mineralen binnen. Stop dan op het moment dat je baby meer eet en minder zuigelingenvoeding drinkt (vaak tussen de 7 en 9 maanden).
Waarom geen gewone melk? Het is nog te vroeg voor gewone melk, omdat melk te
veel eiwit en zout bevat, en te weinig voedingsstoffen die je kindje nu goed
kan gebruiken. De nieren van je kindje kunnen te veel zout en eiwit nog niet
verwerken, omdat deze nog niet voldoende zijn ontwikkeld. Opvolgmelk bevat
precies de juiste hoeveelheid melk en eiwit die je kindje op dit moment kan
verwerken en nodig heeft.
Na een jaar mag je kindje gewone melk drinken.